woensdag 9 mei 2012

Maf

Gisteren wilde mijn computer niet opstarten. "Nou, boeien!" zul je nu denken, en terecht.
Waar ik het echter over hebben wil is mijn reactie daarop. Ik heb namelijk anderhalf uur of zo geprobeerd de computer weer aan de praat te krijgen. Allerlei dingen gebeurd en zelfs de laptop erbij gehaald om op internet naar hulp te zoeken.

Maar waarom? Waarom heb ik die kostbare tijd niet gebruikt om een goed boek te lezen, naar een mooi stuk muziek te luisteren of naar een fraaie film te kijken? Ik had zelfs een interessant TV programma kunnen gaan kijken. Maar nee, ik moest en zou die computer aan de praat krijgen. Voornamelijk om een aantal zaken op internet op te zoeken en te 'regelen', zoals mijn boerderij en kasteel. :)
Er zit dus ergens iets diep in me dat er voor zorgde dat ik die tijd besteedde aan het weer aan de praat krijgen van de computer en niet aan de bovengenoemde dingen. Maf dus!

Uiteindelijk werkte de computer weer en keerde de rust in mijn lijf. Daarna kwam Corinne thuis van een diner en hebben we in onze stamkroeg de dag en avond nog even doorgesproken.

zondag 6 mei 2012

Nacht

De nacht is zwoel. Er staat geen zuchtje wind. Om nog enige verkoeling te krijgen, hebben ze de ramen van de slaapkamer een stukje open gezet. Dat zorgt wel voor geluidsoverlast, maar de hitte wordt anders ondraaglijk, dus ze nemen het geluid van buiten voor lief. De straat waaraan ze wonen is een doorgaande weg, waarlangs, zeker op vrijdagnacht, de stappers uit de binnenstad tussen 2 en 5 uur naar huis gaan. Over het algemeen is de overlast van korte duur, omdat de mensen passanten zijn.
Ze slapen die nacht wat onrustig, maar ondervinden toch weinig last van de warmte en het rumoer. Totdat rond een uur of 4 een groepje stappers afscheid van elkaar neemt op de hoek bij hun huis. De groep praat met enigszins gedempte stem, maar dat voorkomt niet dat ons stel er wakker van wordt. Het gesprek op straat gaat ondertussen door. Zij begint een beetje kriegel te fluisteren tegen hem dat ze het onzin vindt dat zo´n groep nog uitgebreid op straat gaat staan napraten. Was dan in de kroeg gebleven.

Na een kwartier wakker liggen is hij het zat, staat op, schiet snel een t-shirt en joggingbroek aan en loopt naar het raam. Hij draait het raam wat verder open, waarmee hij de aandacht van de groep buiten trekt.
"Goedemorgen," zegt hij, "het spijt dat ik jullie op dit onmogelijke tijdstip moet lastigvallen, maar we hebben een korte vraag voor jullie." De groep kijkt hem wat verbaasd aan. "Kunnen jullie ietsjes harder praten," vervolgt hij, "want we kunnen jullie net niet verstaan. En we krijgen de indruk dat het een heel interessant gesprek is en nu we toch wakker zijn willen we daar graag naar luisteren. Alvast onze hartelijke dank." Hij draait het raam vervolgens weer dicht, kleedt zich weer uit en stapt terug zijn bed in. Zijn vrouw kijkt geamuseerd naar hem.

Een paar minuten later liggen ze weer heerlijk te slapen.


zaterdag 5 mei 2012

Lente

"Goedemorgen," zeg ik, als ik bij de receptie van het hotel ben aangekomen, "ik wil graag uitchecken.
"Dat is geen enkel probleem," zegt de receptioniste. Ze begint mijn rekening op te maken. "Was alles deze week in orde, meneer van de Leijgraaf?" vraagt ze.
"Ja hoor, geen enkel probleem gehad en zoals gewoonlijk is het verblijf hier weer prima geweest."
Ik check de rekening, zie dat deze in orde is en geef haar mijn credit card om af te rekenen.
"Het is alleen jammer dat het weer deze week wat tegenviel," ging ik verder. "Somber, regenachtig en het lijkt nu zelfs een beetje te sneeuwen."
"Sneeuwen?" vraagt ze.
"Ja hoor, kijk maar naar buiten."
"Maar dat kan niet hoor."
"Nou," zeg ik, "het ziet er toch echt als natte sneeuw uit."
"Meneer, heeft u op de kalender gekeken?"
"Ja," antwoord ik, "het is eind april."
"Dan is het dus lente en kan het niet meer sneeuwen hier in Montréal, meneer."

vrijdag 4 mei 2012

Lichtvervuiling

Vorige week lag ik 's nachts wakker in mijn hotelkamer. Het viel me op dat het best nog wel licht was, ondanks dat de gordijnen goed dicht waren. Ik begon wat beter op te letten en toen viel het me op dat er best veel apparatuur in zo'n hotelkamer is dat nog wat licht geeft. Mijn kamer had een kleine keuken, dus het klokje op de magnetron gaf wat licht. Daarnaast deed de wekker zijn best om mij bij te lichten en ook de rookmelder en de TV zorgden voor wat extra licht. Niet dat het klaarlichte dag was, natuurlijk, maar toch kon ik in dit duister gewoon mijn weg door de kamer vinden.


Na het rondkijken had ik nog niet echt veel slaap, dus ik dacht nog wat verder, want ook bij ons thuis heb je 's nachts best veel kleine lichtbronnen in huis, zoals TV, harddisk recorder, LED lamp. Al met al is het ook midden in de nacht verre van volledig duister in huis. Ik vraag me wel eens af waarom dat allemaal moet. Waarom is het zo belangrijk dat met name de elektrische apparatuur niet uit kan, maar in stand-by stand moet staan. Kunnen we nu echt die paar seconden niet wachten om een apparaat aan te zetten? En moet die stand-by dan ook nog eens met een enorme lichtbron aangegeven worden?
Wat mij betreft allemaal erg overdreven. Ik slaap graag in een zo donker mogelijke kamer, maar dat lijkt tegenwoordig wel zowat onmogelijk. De dames en heren ontwerpers van al die apparatuur wil ik graag meegeven dat ik midden in de nacht echt totaal geen behoefte heb om in het duister de 'aan' knop van mijn apparatuur te vinden. Daar wil ik echt heel graag mee wachten tot het weer daglicht is. Dus laat alsjeblieft die idiote verlichting en stand-by stand achterwege en maak het gewoon weer mogelijk om iets 'uit' te zetten. We maken ons leven al jachtig genoeg, daar hoeven de knopjes van de apparatuur echt niet aan mee te helpen.

maandag 30 april 2012

Reis

De afgelopen week was ik voor een vergadering in Montréal, bij ICAO om precies te zijn. We vergaderen daar al een paar jaar om veiligheidseisen op te stellen voor het gebruik van onbemande vliegtuigen. De groep die hier mee bezig is bestaat uit vertegenwoordigers uit tientallen landen, verspreid over de hele wereld.

Ik zal jullie niet met allerlei details over ICAO en over veiligheidseisen vermoeien, maar je kan je voorstellen dat een dergelijke groep tot een kakofonie van meningen en accenten leidt tijdens de vergadering. Internationaal overleg kost daarom ook erg veel tijd. Allereerst moet je gezamenlijk dezelfde taal gaan praten (en dan bedoel ik in dit geval niet het Engels, maar de taal die bij de wereld van onbemande vliegtuigen hoort) en daarna moeten al die meningen langzaam maar zeker tot één uniforme mening omgebogen worden.
Een bij tijd en wijle moeizaam proces, waarbij je het gevoel hebt door dikke modder te moeten waden. Maar het is tegelijkertijd ook boeiend. Het ene moment kabbelt een bespreking rustig voort en wordt er flink vooruitgang geboekt, maar het andere moment is er een heftige woordenstrijd gaande die rustig een dag of wel langer kan duren. Onvermijdelijk allemaal, omdat de eisen nu eenmaal op basis van consensus moeten worden opgesteld. Lullen als Brugman schiet je tijdens deze besprekingen regelmatig door het hoofd.

Deze keer was het zwaar voor me. Allereerst omdat er nog een wat negatieve sfeer van de vorige vergadering hing. Daarbij kwam dat ik halverwege de week snotverkouden werd en nauwelijks meer een stem over had. Het valt niet mee om je standpunt te verdedigen met een piepstemmetje (als er al een stem is). Mijn stem is toch al gevoelig voor langdurig wat harder praten en met zo'n verkoudheid erbij moet ik hem helemaal forceren.  Je zal dan ook altijd zien dat juist op dat moment de heftigste discussie plaatsvindt en dan wil ik me toch niet onbetuigd laten. Maar het is uiteindelijk allemaal redelijk goed terecht gekomen en we lijken op hoofdlijnen overeenstemming te hebben over de aanpak van ons deel van de regels. Nu maar hopen dat bij de volgende vergadering de heleboel niet helemaal opnieuw besproken moet worden (ook dat zou niets nieuws zijn).

Na afloop van de vergadering ging is dus hondsberoerd en met een stopverfhoofd het vliegtuig in. Geen prettige manier om te reizen. Zaterdagochtend ben ik na thuiskomst nog even met Corinne mee geweest naar de markt. Niet dat ik heel veel nuttiger was dan de sjouwer van de boodschappen, maar ik heb haar niet in haar eentje laten gaan. Na de markt ben ik mijn bed in gedoken. Joep kroop snel aan mijn voeteneind, die laat zich een buitenkansje om op bed te slapen niet ontnemen. Een paar uur flink geslapen en na het douchen begon ik me zowaar wat beter te voelen.
Zaterdagnacht heb ik als een blok geslapen en lijk ik in ieder geval de jetlag redelijk te boven te zijn. Nu de verkoudheid nog.

donderdag 19 april 2012

Welzijn


Hallo allemaal, hier is Joep. Tijd om weer eens de blog van Kale over te nemen. Ik heb namelijk een beetje liggen denken bij het slapen (en jullie weten, ik slaap nogal vaak) en die gedachten moet ik maar eens kwijt. Het gaat me om het verschil tussen welzijn en welvaart. Laatst liep Kale een beetje te mopperen op een ingezonden brief in de krant waarin voor hem weer eens duidelijk werd dat sommige liberalen welvaart en welzijn aan elkaar gelijk stellen. Maar dat is het natuurlijk niet. Over dat verschil heb ik eens liggen nadenken.
Welvaart is wel duidelijk. Je hebt dan de mogelijkheid om meer en luxere dingen aan te schaffen.  Dat is een duidelijk meetbare economische grootheid. 



Welzijn is wat complexer. Om een voorbeeld te geven, ik eet en slaap graag. De welvaart zorgt er voor dat er genoeg lekker eten in huis is om mij te voeren en dat er een bank en een bed in huis staan waar ik lekker uitgebreid op kan slapen. Maar ik vind het bijvoorbeeld heerlijk om lekker in het zonnetje te liggen slapen. Dat ligt nóg lekkerder en dan lig ik nóg langer te genieten van het slapen. Dus zei ik een keer tegen Kale: “Joh, koop jij van die welvaart van jou nou eens lekker wat meer uren zon in huis, bij voorkeur schijnend op de bank of op bed.” “Dat kan ik niet,” zei Kale, “zonneschijn kan je niet kopen.” Mijn eerste reactie was om die Kale dan maar uit huis te sturen, want wat heb je dan aan hem, als hij zo’n simpele vraag niet kan beantwoorden. Maar ik besloot er over na te gaan denken. Onder het slapen natuurlijk (gelukkig scheen de zon die dag). Het begon me langzaam te dagen. Dat heerlijk liggen slapen in het zonnetje draagt in hoge mate bij aan mijn welzijn. Maar de welvaart kan daar niets aan veranderen, want die welvaart kan dus geen extra zon kopen. Dus zijn welvaart en welzijn twee wezenlijk andere dingen.

Ik had nog zo’n 12 uur slapen te gaan die dag, want ik slaap nu eenmaal bijna 20 uur per dag. Toen ben ik nog wat verder gaan denken. Ik was namelijk wel nieuwsgierig hoe het komt dat mensen welvaart en welzijn zo makkelijk verwarren. Dat komt voor een deel omdat onze boekhouders en dus managers (maar die link is een onderwerp voor een aparte blog, daar moet ik nog een nachtje over slapen) graag alles onder controle willen hebben. Controle begint bij alles precies weten en omdat ik Delft woon heb ik van die technische luitjes die hier rondstappen geleerd: meten = weten. De managers en boekhouders willen dus meten. Welvaart is veel makkelijker te meten dan welzijn, dus wordt voor het gemak welvaart gemeten, terwijl ze eigenlijk welzijn willen weten. Als je met welvaart begint, dan klopt het vergelijk nog wel. Want ik vind eten lekker en als ik van de welvaart eten kan kopen, lopen welvaart en welzijn hand in hand. Zo ook voor een bank en een bed. Maar ja, dan wil ik in de zon gaan liggen slapen en daar gaat de schoen dus wringen. Dan klopt de vergelijking niet meer. Sterker nog, ik denk dat teveel welvaart zelfs een negatief effect op welzijn kan hebben. Nog maar een praktijkvoorbeeld. Ik vroeg aan die Kale om meer voer voor mij te kopen, want eten vind ik lekker en doe ik graag. Daarop zei die Kale dat hij mij niet teveel voer wil geven, want dan word ik dik en krijg ik gezondheidsklachten. Met die klachten zou ik dan naar de dierenarts moeten. Daar schrok ik wel van, want ik ben een ervaren dierenarts-ganger en ik kan je vertellen, naar de dierenarts gaan is erg slecht voor mijn welzijn. Trouwens ook voor de welvaart van die Kale, want die moppert altijd als ie de rekening moet betalen.

Het was nu bijna etenstijd geworden, maar ik moest mijn gedachten nog even afmaken. Want ik merk dat heel veel mensen heel veel tijd en moeite steken in het behouden en vergroten van hun welvaart. Daar worden de mensen niet vrolijk van en gaan dan ook wat meer mopperen. Ze worden ontevreden wordt dan gezegd. Dat lijkt me nou typisch iets dat niet bijdraagt aan je welzijn, dus ik heb nu zelfs een tweede bewijs voor mijn stelling dat welvaart en welzijn niet gelijk zijn, gevonden.

Nu ga ik ophouden, want ik krijg kramp in mijn pootjes. Het is maar goed dat ik zoveel slaap, want dan kan ik lekker lang (en goed) nadenken.

woensdag 18 april 2012

Tandsteen


Truus heeft last van tandsteen, vooral aan de tanden achterin haar mond. Vorig jaar ontdekten we het (bruinige en brokkelige tandjes) en de dierenarts liet toen zien hoe dit redelijk makkelijk te verwijderen is. Nagel er achter haken, wat kracht zetten en dan komt het tandsteen los en verschijnt weer een mooie witte tand. 

Makkelijker gezegd dan gedaan kom ik nu achter. Allereerst is Truus een stuk minder onder de indruk van mij dan van de dierenarts, dus ze protesteert wat fanatieker. Maar ze blijft een voorbeeldig poesje, want het protest wordt niet gewelddadig. Daarnaast moet je goed de slag hebben, want het tandsteen zit steviger vast dan je denkt. Omdat het ook helemaal tot aan het tandvlees loopt (dat ziet er ook rood en geïrriteerd uit), kom je nogal makkelijk tegen het tandvlees aan en dan begint ze een klein beetje te bloeden. Niet leuk allemaal, maar ja, het tandsteen laten zitten is ook geen optie.


Ik heb nu één kant helemaal gedaan en de andere kant voor de helft. Nog een paar pogingen en dan heeft ze weer een mooi gebit. Ik doe het heel voorzichtig aan, want ik wil haar ook niet al te zeer frustreren. Maar ze blijft voorbeeldig, want heel snel na de behandeling komt ze weer gewoon lief kopjes geven en bij me snorren.

Als de laatste stukjes eruit zijn, dan ga ik op zoek naar brokjes die tandsteen vorming voorkomen. Kan ik haar daar ook wat van voeren, zodat het in de toekomst (hopelijk) niet meer nodig is om haar tanden weer te grazen te nemen.