maandag 19 november 2012

Sinterklaas

Zoals jullie weten is die Spanjool met zijn schimmel weer in het land. Inderdaad, Sinterklaas ja.

Nu heb ik me eens een beetje in die goedheiligman zitten verdiepen (of eigenlijk liggen, want dat ben ik wel met mijn broer eens, denken doe je liggend) en ik begrijp dat hij vooral gek is op cadeautjes geven. Dat komt goed uit, want ik ben gek op dingen krijgen, vooral voer en melk.

Een beetje verder lezend merk ik dat ik helemaal niet tot 5 december moet wachten, maar dat ik gewoon mijn schoen moet zetten 's avonds. Dan vind ik daar de volgende ochtend een cadeau in. Strak plan!
Nu alleen nog een schoen vinden. Drie kopjes voor degene die mijn daarmee kan helpen.

Maar ik neem geen enkel risico en maak alvast een verlanglijstje voor de Sint:

Lieve Sint,

Ik wil graag de schoenencollectie van Imelda Marcos!
En ik wil een pallet vol met kattenmelk!

Dat gaat wel lukken toch, he?

Liefs,
Truus




P.S.: zoals jullie zien, ben ik veel te snel voor die kale met zijn camera!

zaterdag 29 september 2012

Favela Santa Marta

Vandaag de laatste dag van een lange dienstreis naar Rio de Janeiro. De hele week in een vergaderzaal gezeten of op een winderig terras aan de Copacabana.

Het vliegtuig vertrekt pas om 8 uur vanavond, dus ik ben met een Jeep tocht door de stad gegaan en heb daar o.a. de favela Santa Marta bezocht. We zijn aan de bovenkant begonnen en op weg naar boven heb je allerlei mooie uitzichten over de diverse stranden van Rio. De favela is de laatste jaren volop gerenoveerd. De mensen hebben er nu stromend water en elektriciteit.
 
Jaren geleden is Brazilië begonnen met het schoonvegen van de favela's. Allereerst gaat dan het leger naar binnen om alle criminelen er uit te jagen. Daarna komt er een speciaal politiecorps dat de orde handhaaft er er voor zorgt dat de criminelen ook wegblijven. Santa Marta is een schoolvoorbeeld van deze werkwijze en sinds die operatie een paar jaar geleden knapt de wijk zienderogen op. Het is een echte toeristen attractie geworden. Er worden zelfs filmopnames gemaakt (Fast and Furious 5) en ook Michael Jackson heeft er een deel van de clip They don't really care about us opgenomen. Uiteraard komt dat laatste uitgebreid aan bod tijdens de tocht door de favela.



We zijn met een klein groepje (onze gids, twee Braziliaanse dames en ikzelf) door de wijk afgedaald. Een van de Braziliaanse dames is niet goed ter been, dus al snel ben ik haar steun en toeverlaat en lopen we in een klassieke Hollandse polonaise door de favela. Ze spreekt nauwelijks Engels en ik nog minder Portugees, dus proberen we het in het Spaans. Dat lukt een beetje, gelukkig. In mijn beste Spaans leg ik uit dat we op deze manier eigenlijk een Hollandse dans van het carnaval doen. Het duurt even voordat mijn steenkolen Spaans de juiste woorden vinden, maar dan krijgt ze een hele grote glimlach op haar gezicht. Zo dalen we met veel plezier de nauwe trapjes en steegjes af, totdat we aan het begin van de favela aankomen. Daar zijn alle huizen ineens fleurig geschilderd, een project van een Nederlandse architect weet de gids mij te vertellen.

Als we helemaal aan het eind van de jeep tocht zijn, krijg ik twee dikke zoenen van mijn danspartner en ben ik voor de rest van mijn leven haar 'live guard'. Dat zei ze gelukkig in het Engels.


zaterdag 1 september 2012

De Nijl


Onze laatste stek op deze reis, de Wildwater Lodge, midden in de Nijl, wat ten noorden van Jinja. Google maar even naar dit plekje, het is echt een prachtige locatie.

Het is vooral rustig hier als we er zijn. Qua gasten dan, want de Nijl zelf stort zich om het eilandje heen. Aan de ene kant (waar wij geslapen hebben) gaat het water door stroomversnellingen wat langzamer naar beneden, aan de andere kant van het eiland is zelfs een kleine waterval.
We hebben ons hier prima vermaakt. Het was schitterend zonnig weer en we zijn helemaal tot rust gekomen.
Nu staan de tassen klaar, we hebben geluncht, en wachten op Gerald om ons te komen ophalen voor de rit (via Jinja) naar de luchthaven. Daar moeten we nog meer wachten, want ons vliegtuig vertrekt pas om half 12 vanavond. Het grote hangen is nu echt begonnen. Voor ons altijd het minst leuke deel van de reis, maar wel een voorbode voor lekker weer thuis zijn, met die haarballen van ons.
Tot in Nederland! We zitten vol met verhalen over deze reis (en de blogs zijn slechts een samenvatting).

Lake Mburo

 

We verblijven hier in een andere lodge dan in ons reisschema staat, maar je hoort ons niet klagen. Echt een prachtige plek. Jammer dat we hier maar 1 nacht zijn.

We staan vroeg op om een game walk voor het ontbijt te maken. Op weg naar de verzamelplek met de gids zien we een nijlpaard op zijn gemak (een beetje slaperig lijkt hij zelfs te zijn) van zijn graasgronden naar het water in het moeras terug sjokken. Het is zelfs nog niet helemaal licht buiten, zodat het een heel apart effect geeft om zo’n groot dier in nog een beetje duister te zien lopen. Nijlpaarden zijn groot!

We gaan wandelen met een gewapende gids. Hij vertelt van alles en nog wat over het park, de vegetatie en de dieren die we tegen komen. Op een gegeven moment komen we iets de dicht langs wat struiken en laten een wrattenzwijn schrikken. Die komt met een enorm kabaal het struikgewas uit. Wij schrikken ons rot. De gids staat meteen met zijn geweer klaar, voor het geval dat. Ik ben met een paar sprongen op een veilige afstand van de struiken. En dat met die gammele knie. Er is gelukkig verder geen gevaar te duchten en wij wandelen verder.

topi met jongHet leukste moment van de wandeling is als we een echtpaar topi’s zien die met een jong rondlopen. Als het jong zich onbedreigd voelt, dan springt hij echt rond dat het een lieve lust is. Het is schitterend om te zien hoe uitgelaten het dier aan het spelen is. We kunnen zelfs redelijk in de buurt komen om wat foto’s te maken.

Daarna gaat het regenen en zijn de dieren verstandiger dan wij. Zij schuilen gewoon, terwijl wij door blijven wandelen. Als we eenmaal bij onze lodge zijn aangekomen, zijn we redelijk nat geregend. De mensen van het kamp zien dat we eerder behoefte aan een douche hebben dan aan ontbijt, dus ze vullen snel onze waterzak, zodat we kunnen douchen. Er is een heel kort moment dat de regen wat minder wordt en dat is net als we naar het ontbijt lopen. Daarna begint het weer te gieten en dat blijft het een deel van de ochtend doen. Eigenlijk houdt het op als we weer bij de asfaltweg aankomen.

vrijdag 31 augustus 2012

Virungas

 

Voor ons dé grote dag van de vakantie. De hoofdreden waarom we naar Uganda en Rwanda wilden. Vandaag gaan we op zoek naar de berggorilla’s in het Virunga gebergte. Dit vulkanisch gebergte strekt zich uit over DR Congo, Rwanda en Uganda en is een van de weinige plekken in de wereld waar de berggorilla’s nog voorkomen. Het Bwindi Impenetrable Forest is een andere plek, niet heel ver hier vandaan in het noorden. In totaal zijn er nog zo’n 800 berggorilla’s op de wereld, waarvan er zo’n 200 in Rwanda leven. Het deel van het Virunga gebergte in Rwanda ligt in het Parc des Volcans National Park. Dit is ook het gebied waar Dian Fossey haar onderzoek naar deze apen heeft gedaan. Ze ligt ergens in het park begraven, want ze is hier ook vermoord.

Na het ontbijt brengt Gerald ons naar het hoofdkantoor van het park. Daar verzamelen alle mensen die vandaag op gorilla tracking gaan. Het is een toeristische attractie van jewelste. Een uitgebreide dansgroep van een locale stam voert wat dansen uit, onder ritmisch getrommel. De toeristen staan er naar te kijken en je voelt langzaam maar zeker de spanning opbouwen bij iedereen. Als de dansers klaar zijn, verzamelen alle gidsen zich op een centraal punt. Hier krijgen ze te horen welke gorilla familie hun reizigers mogen bezoeken vandaag. Gerald is vrij laat aan de beurt en komt naar ons toe. Hij vertelt ons bij welke parkgids wij ons moeten melden. Daar verzamelt zich een groep van 7 toeristen. 5 Amerikanen en wij.

We krijgen wat uitleg over de familie en gaan dan onze jeeps weer in, op weg naar het beginpunt van de wandeling in het park. De route leidt helemaal terug naar onze lodge en voert ons letterlijk door de achtertuin van ons chalet naar een parkeerplaats aan de voet van de berg waar onze familie zich bevindt. Terwijl we uitstappen en ons groeperen, vertelt de groep van 4 Amerikanen dat ze al berggorilla’s zagen lopen toen ze over het pad langs de lodge reden. Ze liepen aan de rand van het bos, tegen de landbouwgronden aan. We huren een drager voor onze rugzak, Jimmy. Een gouden keuze, want hij zal de rest van de wandeling heel erg behulpzaam blijken bij de wat lastiger passages op onze route. Iedereen krijgt ook een wandelstok en dan gaan we op pad. Het is ondertussen half 9 geworden. Een gewapende bewaker loopt voorop, gevolgd door de gids. Dan komen wij met z’n zevenen en de groep van dragers sluit de rij. Al binnen 5 minuten is het bingo. We zien een paar berggorilla’s door de landerijen boven ons lopen. Dat zal de groep zijn die de Amerikanen vlak voor de parkeerplaats al hebben gezien. We zien 2 silverbacks in deze groep. We zien ook dat een groep toeristen zijn spullen neerzet en achter deze groep aan begint te wandelen. Zij zijn erg snel klaar vandaag. Wij moeten nog even verder, want dit blijkt onze groep niet te zijn. Maar we hebben ze toch maar mooi gezien!

De wandeling is prachtig, zeker als we eenmaal het bos betreden. Flinke stukken zijn makkelijk te belopen, maar twee hele venijnige, steile klimmetjes hakken er goed in. Tijdens die stukken zijn de dragers goud waard. Ze helpen ons door de moeilijke stukken heen en voorkomen dat mensen vallen of ongelukken krijgen. Onze groep vordert niet heel snel. Wij zijn zo’n beetje de jongsten van de groep en ook redelijk fit in vergelijking met de rest. Er worden regelmatig rustpauzes ingelast, want klimmen op deze hoogte is heel lastig. Het weer is prachtig vandaag, zeker in vergelijking met gisteren. De temperatuur is aangenaam laag en er zijn wat wolken in de lucht, zodat er wel wat zonlicht is, maar het toch niet te warm wordt.

Na zo’n anderhalf uur is het zover. We ontmoeten de trackers die in alle vroegte vandaag de gorilla’s zijn gaan zoeken en die ons per radio naar deze ontmoetingsplaats hebben gestuurd. Nu laten we onze dragers, rugzakken, water en wandelstokken achter. We staan er alleen voor op het laatste stukje, met een beetje hulp van gids en trackers. Na een paar minuten klimmen zien we de eerste berggorilla’s. Ze blijken op de ideale plek te zitten, een open stuk in het bos. Het is wel een kleine vallei, dus we moeten flink wat klimmen en dalen om ons tussen de diverse leden van de familie te bewegen. Net als bij de chimpansees mogen we ook nu maximaal een uur bij de groep blijven. Onze groep is de op één na grootste familie die bezocht kan worden en er lopen een aantal baby’s in deze groep rond. De jongste is nauwelijks 1 jaar oud. gorillas 4 RonWe kijken onze ogen uit en iedereen fotografeert er op los. Het blijkt op deze locatie onmogelijk om de vereiste 7 meter afstand te houden. We kunnen vaak niet veel verder achteruit en de gorilla’s komen gewoon op ons af of lopen tussen ons door. Corinne staat op een gegeven moment op minder dan een meter afstand van een gorilla te fotograferen. Er zijn er zo verschrikkelijk veel, dat we af en toe niet weten waar we moeten kijken. Je zou willen dat je drie foto’s tegelijk naar verschillende kanten kon maken. De groep zit op zijn gemak te eten en we zien hoe ongelooflijk sterk deze beesten zijn. Met het grootste gemak rukken zelfs de kleinste gorilla’s de planten met wortel en al uit de grond waarna ze de bladeren er af eten en ze de wortels opknagen. Als de honger gestild is, worden de kleintjes speels en de ouderen wat lui. Dat levert echt prachtige plaatjes op.
Het enige wat er tot nu toe nog aan ontbreekt is de volwassen man van de groep, de silverback. Na ruim een half uur zien we hem op zijn gemak achter het bamboe bosje vandaan komen. Wat een indrukwekkende verschijning. We blijven nog even op onze plaats om van de moeders en kinderen te genieten, maar gaan voor het laatste stuk toch achter de silverback aan. In de afdaling glij ik weg en vouwt mijn rechterbeen dubbel. Mijn knie vindt dat niet fijn en ik slaak even een kreet van pijn en schrik. De gids is onmiddellijk bij me en helpt me verder. Met een klein beetje strompelen en wat onzeker op de benen kan ik wel weer verder. We komen ook heel erg dicht bij de silverback in de buurt. Ik denk niet meer dan 4 meter afstand op een gegeven moment. Als we boven hem langs lopen, hou ik me angstvallig aan wortels vast, om maar niet weg te glijden. Ik ben nog wel wat onzeker op de been op dat stuk. Je wil volgens mij echt niet tegen zo’n silverback aanglijden als je verkeerd stapt. Lijkt me een pijnlijke ervaring.

Als de gids ons meldt dat ons uur op is en dat we de laatste plaatjes moeten schieten komt de silverback achter ons aan. Ik sta op een gegeven moment het dichtst bij hem en kan een paar prachtige foto’s schieten. Hij komt gelukkig niet veel verder op ons af, maar gaat iets boven ons lopen. Als ik omkijk, zie ik hem op een paar meter afstand recht achter me liggen, op zijn dooie gemak in de struiken.

Kigali

 

De grensovergang tussen Uganda en Rwanda is druk en heel rommelig. Uiteindelijk doen we er een uur over om Uganda uit te gaan (kwestie van een paar minuten) en Rwanda in te komen (kwestie van ruim een half uur). We hadden voor de reis al onze visa voor Rwanda via internet aangevraagd en ze bijna per kerende post per e-mail ontvangen. Bij de grens gaat het echter niet zo snel. Daar moet alles minstens drie keer gecheckt worden en stempelen de grenswakers zich rot op de papieren. We blijken onze formulieren voor immigratie ook niet goed ingevuld te hebben. Bij beroep hebben we namelijk ‘ambtenaar’ ingevuld, maar dat vind onze dienstdoende grenswacht niet genoeg. Hij wil weten bij welk ministerie we werken en wat we daar precies doen. Als ik hem zeg dat ik regelgeving voor luchtvaart ontwikkel, dan kijkt hij wat bedenkelijk maar besluit toch niet verder te vragen. Ik moet het wel allemaal nog even op het formulier schrijven (en dat in een vakje van 6 bij 2 cm). Uiteindelijk is alles in orde, is de kassier blij met onze $60 en krijgen we allebei een bonnetje voor de betaling. We kunnen door over een mooie asfalt weg, slingerend door het berglandschap richting Kigali.

Kigali is een echte miljoenenstad. Na de relatieve rust van de plaatsen waar de afgelopen periode geweest zijn en de rommelige en slechte wegen van Uganda is het bijna een cultuurshock om in deze stad aan te komen. We moeten een aardig eind door de stad rijden richting ons hotel: Chez Lando. Tijdens de rit krijg je een heel aardig beeld van de stad en zie je duidelijk de diverse wijken (armoedig, kantoren gebied, regeringswijk) aan je voorbij trekken. Het verkeer is ook hier chaotisch en druk, maar het lijkt allemaal wat beter geregeld te zijn. De mensen ogen al sinds de grens wat gereserveerder dan ze in Uganda zijn, maar met de achtergrond van de genocide kan ik me wel voorstellen dat de mensen zich wat voorzichtiger opstellen.

We hebben Kigali speciaal in het reisschema opgenomen om het Genocide Memorial Centre te kunnen bezoeken. Het centrum ligt midden in de stad. Gerald regelt een audio tour voor ons en we slenteren langzaam buiten over het terrein, braaf de nummers volgend. Na het buitenterrein gaan we in het gebouw verder. Buiten zien we vooral de massagraven. Er zijn hier momenteel al meer dan 250.000 mensen begraven en tot op de dag van vandaag worden nog nieuwe graven met slachtoffers gevonden. Terwijl de genocide al in 1994 heeft plaatsgevonden.

In het gebouw is een tentoonstelling ingericht over de genocide. Op grote panelen wordt ons die hele opmaat, de uitvoering en de nasleep getoond. Ik zie aangrijpende beelden van getuigenverklaringen en kinderen met open hoofdwonden van de machetes. Ik kan het niet bevatten dat mensen elkaar dit aan kunnen doen.

We zijn er stil van als we weer naar buiten komen en bij Gerald instappen.

Lake Bunyonyi


De weg naar Kabale (stad vlak bij Lake Bunyonyi) is een van de meest idiote wegen die ik ooit gereden heb. Het is de belangrijkste weg richting Rwanda en de weg wordt op het moment over vele tientallen kilometers tegelijk verbreed naar 4–baans. Alleen al het feit dat de weg over zo’n lang traject tegelijk verbreed wordt is al verbazingwekkend voor ons. Maar daar blijft het niet bij. Ugandezen zijn geboren wegpiraten en ook de professionele chauffeurs dragen over het algemeen goed bij aan deze reputatie. Om de snelheid fors te verminderen op een weg leggen ze hier zeer regelmatig van die erg oncomfortabele drempels neer. Soms zijn het 5 kleine hobbels vlak achter elkaar, soms een enkele hobbel, maar dan heel hoog. Deze weg is echt vergeven van dit soort hobbels. Bepaalde delen hebben om de 50-100 meter zo’n hobbel, en dan een paar kilometer achter elkaar. Ze werken wel, want de snelheid gaat heel drastisch omlaag. Maar het rijcomfort heeft er wel duidelijk onder te lijden. Daarnaast schiet de reistijd ook fors omhoog. Op zo’n traject is het wel grappig om te zien dat alle auto’s proberen het laagste plekje van de hobbel te ontdekken. Dat betekent dat ze op sommige plaatsen de auto’s (inclusief bussen en vrachtauto’s) wel 3-4 auto’s dik naast elkaar over een hobbel gaan. Tegenliggers worden geacht op zulke momenten wat ruimte te maken.
Hotel Lake BunyonyiOns hotel bij Lake Bunyonyi is wat vergane glorie. Je merkt aan alles dat het een flinke tijd geleden is neergezet en dat er eigenlijk alleen het aller-noodzakelijkste onderhoud aan is gedaan. Wij verblijven in een ruime cabin. Een prima kamer, maar ook hier wel wat gedateerd. De tuin om onze cabin heen is heel fraai en we hebben een prachtig uitzicht over het meer.
Voor het diner gaan we een biertje drinken in de bar. Hier zijn we echt de enige twee gasten. De barkeeper heeft niet heel veel keus staan, maar we vinden wel een biertje. Dan zet hij gezellig de muziek aan. Amerikaanse muzak die je ook op Sky Radio kan horen. Het geluid moet concurreren met de luide TV die in de aangrenzende open ruimte aan staat. We kijken elkaar aan en proesten bijna in lachen uit. Het is een heel onwerkelijke ervaring om als enige gasten in zo’n groot hotel te zitten. Gelukkig doet het personeel goed zijn best en bedient ons heel erg vriendelijk.
De volgende is een echte rustdag. We doen niet veel meer dan luieren, lezen, schrijven, tekenen en eten. Het overgrote deel van de dag is de stroom uitgevallen en de enige keer dat de generator aan gaat is als er voor ons eten gezorgd moet worden. De dag vliegt echter voorbij en we voelen ons heerlijk ontspannen aan het eind van de dag. Eén van de leukste dingen die ik die dag zie is een paar otters in het meer.