zondag 26 augustus 2012

Fort Portal

 

In Fort Portal verblijven we op een heel leuk adres, het Rwensori View Guesthouse, een kleinschalig opgezet guesthouse.

Na een heerlijk verfrissende douche gaan we op het centrale terras zitten met onze blogs en boeken om een biertje te drinken en te wachten op het eten. In de eetkamer staan allerlei souvenirs van lokale mensen te koop. Er zijn verschrikkelijk leuke dingen bij en de prijzen zijn ook nog eens zeer acceptabel. Al bij binnenkomst was Corinne op slag verliefd op de beeldjes van de boda-boda’s. Dat zijn brommertaxi’s die ze hier hebben. Je komt ze om de haverklap tegen onderweg, meestal volledig afgeladen met passagiers en/of bagage. Het is dat er echt niet meer dan drie mensen op kunnen (en die zitten dan heel strak tegen elkaar aan) anders hadden ze makkelijk nog meer passagiers meegenomen. Ik zie een paar beeldjes van olifanten waarvan ik graag eentje wil hebben voor mijn dierentuin in de schuifseparatiekast.

Het eten in het guesthouse is een geweldige ervaring. We krijgen verschrikkelijk veel soorten groenten opgediend en alles is even lekker. De hoeveelheid schotels is echt heel groot, ik denk dat er wel tien gerechten tegelijk aangeboden worden. Daarnaast is het heel leuk om met alle gasten tegelijk te eten. De groep is te groot voor de grote tafel, dus een Nederlands gezelschap zit aan een eigen tafel, maar voor de rest zit iedereen bij elkaar, inclusief de eigenaren van het guesthouse. We blijken de enige rondtrekkende toeristen te zijn die een ‘standaard’-safari tour doen. Iedereen kletst lekker door elkaar en we horen allerlei tips van iedereen. Wij kunnen ook al wel wat ervaringen delen, vooral met de Engelse familie. Die gaan de volgende dag door naar Murchisson Falls en vragen honderduit over de toestand van de weg en de route. We waarschuwen ze voor de weggespoelde brug op weg naar Paraa en raden ze aan dat hun chauffeur de laatste status bijtijds achterhaald. Het zou zonde zijn als je bij de brug pas merkt dat hij er niet meer is en dan alsnog om moet rijden. Zij gaan overnachten in Masindi, dus daar kunnen ze, als het nodig is, meteen aan de alternatieve route naar de safari lodges bij Paraa beginnen. Scheelt volgens mij minstens een uur rijden.

Een aardige verrassing in het guesthouse is de aanwezigheid van draadloos internet. De verbinding wordt zelfs nog gratis aangeboden ook. Eindelijk kunnen we dus een aantal blogjes posten en de familie en vrienden thuis mee laten delen in onze ervaringen tot nu toe. Gezien de snelle reacties op onze blogjes blijkt iedereen in Nederland inderdaad graag op de hoogte gehouden te willen worden van onze avonturen. De computer maakt in ieder geval overuren tijdens ons verblijf in het guesthouse.

Rwenzori Mountains

 

Na het ontbijt gaan we naar de voet van de Rwenzori Mountains. Daar maken we een rondwandeling door een lokale gemeenschap die in de heuvels daar leven. Tijdens de wandeling moeten we flink klimmen, maar dat zien we maar als training voor onze tocht naar de berggorilla’s later in de vakantie. Onderweg worden we overal begroet door groepjes kinderen (“How are you?”), die zelfs aan komen rennen als we er aan komen. Als ze zien dat we foto’s willen gaan maken, dan worden ze nog vrolijker en gaan ze in sommige gevallen echt poseren. We zwaaien ons rot tijdens deze wandeling en we lijken wel Amerikaanse celebreties met een continue aangeplakte glimlach. Bij een van de groepen kinderen suggereert Corinne dat ik de foto die ik heb gemaakt aan ze laat zien. De kinderen vinden het prachtig om zichzelf op zo’n schermpje terug te zien. Als ze de foto gezien hebben, raakt een van de meisjes heel voorzichtig mijn hand aan. Ik lach vriendelijk naar haar en ze wordt iets brutaler. Nu strijkt ze zachtjes over mijn arm, alsof ze wil voelen of zo’n blanke huid wel echt is. Het is een heel apart moment om mee te maken.

Ondertussen vertelt de gids over de gemeenschap en over de activiteiten die ze in dienst van de gemeenschap ontwikkelen, zoals dit soort wandelingen. Met de opbrengsten financieren ze allerlei zaken voor de gemeenschap, zoals scholen e.d.. De regering regelt een aantal zaken voor de mensen, maar zoiets als scholen zijn eigenlijk net niet fijn genoeg verspreid over het land, waardoor kinderen soms flinke afstanden naar school moeten lopen en dan vaak afhaken. De lokale gemeenschappen, in samenwerking met de kerk, vullen dat gat aan en zorgen voor extra scholen.

Het laatste, meest steile stuk van de klim slaan we over. We zijn niet zo van die klimgeiten en het voorgaande stuk is al behoorlijk stevig klimmen geweest. Na wat te hebben staan rusten en ons te hebben verbaasd over het gemak waarmee hele families op blote voeten deze heuvels op en af gaan, gaan we weer naar beneden. Sommige stukken gaan op het gemak, andere stukken kosten wat meer moeite. Onderweg worden we nog steeds uitbundig begroet door kinderen. Op een plek loopt het iets anders. Ik zie een jongetje op een houten step op het pad naast ons steppen. Het lijkt me een mooi plaatje op te leveren, dus ik maak een foto van de jongen. Hij schrikt daar echter zó van dat hij zijn step laat vallen en luid gillend terug naar huis rent. Daar staan de andere kinderen hem al lachend op te wachten. Ze lopen uiteindelijk met ze allen naar ons toe en daar maken we nog wat foto’s. Ondertussen zijn ook de vader en moeder tevoorschijn gekomen en die staan ook uitgebreid lachend naar ons te zwaaien. Het is de eerste en enige keer deze wandeling dat de ouders ook enthousiast naar buiten komen.

Hoima


Hoima is voor ons een tussenstop op weg naar Fort Portal. De weg tussen Murchisson Falls en Fort Portal is niet geasfalteerd en daardoor kan de totale rit tussen deze twee plaatsen makkelijk 10 uur duren.
In Hoima verblijven we in een grappig hotel, het Kontiki Hotel. De tuin ligt er prachtig bij en ze hebben een mooi, uitnodigend zwembad. De hotelkamer is dan een hele kleine tegenvaller na al dit fraais. Het slaap- en zitgedeelte is ruim, maar de badkamer is klein en wel erg basic. We hebben net aan een handdouche tot onze beschikking. Het bed is echter prima, zoals eigenlijk alle bedden wel hier in Uganda.
We nemen een duik in het zwembad en drogen langzaam op. Allebei zijn we wat stil, bezig met het verwerken van de teleurstelling van de chimp walk van vanmorgen. Het is duidelijk dat het ons toch wel behoorlijk geraakt heeft dat we de chimps niet gezien hebben. We overwegen al een beetje om een tweede chimp track in onze reis te laten inpassen.
Na het opdrogen gaan we terug naar onze kamer voor een verfrissende douche. Ik zie onmiddellijk dat het toilet lekt en Corinne ruikt direct dat het de rioolkant van het toilet is. Daar willen we dus liever niet ’s nachts doorheen banjeren als we naar het toilet gaan. Als we na het douchen in de tuin een biertje gaan drinken meld ik bij de receptie dat ons toilet lekt en dat het naar urine stinkt. Ze beloven er direct naar te gaan kijken. Na een half uur komt iemand onze sleutel terugbrengen en meldt dat het probleem met het doorspoelen is opgelost. Ik kijk hem wat vreemd aan en vertel hem dat het spoelen niet het probleem is, maar dat het toilet lekt aan de riool kant. “Dan zullen jullie een ander e kamer moeten krijgen. Ik ga even langs de manager.” Een paar minuten later komt hij terug met de mededeling dat de loodgieter zegt dat er geen enkel probleem is. Het is ondertussen bijna tijd voor ons diner dus ik zeg tegen de hotelbediende dat ik na het eten nog wel even kijk of het daadwerkelijk opgelost is en dat ik vanzelf weer voor hun neus sta als dit niet het geval blijkt te zijn.
Terwijl we zitten te eten schuift Gerald aan en vraagt hoe de kamer is. We zeggen dat die prima is, afgezien van het lekkende toilet. Hij hoort het hele verhaal aan en zegt dan dat we gewoon een andere kamer moeten krijgen. Zijn voorstel is om even in onze kamer te kijken en dan met de manager in overleg te gaan. Hij neemt onze sleutel mee en iemand van het personeel loopt meteen met hem mee. Even later komen ze terug en Gerald meldt dat mijn verhaal helemaal klopt en dat we een nieuwe kamer krijgen. De hotelbediende loopt weer met hem mee om al onze spullen te gaan verhuizen. Daarna komen ze terug aan onze tafel om de nieuwe sleutel af te geven.
In onze teleurgestelde stemming zijn we helaas vergeten om foto’s te maken, dus ook nu helaas geen foto’s bij deze lap tekst.

dinsdag 21 augustus 2012

Budongo Forest


De dag begint slecht. Even na middernacht worden we wakker van de kei- en keiharde regen op ons dak. Het komt echt met bakken, en ik bedoel hele grote bakken, neer. Na een half uur horen we ook wat gedonder, dus het onweert ook nog eens. Corinne wordt hier helemaal gelukkig van, maar niet heus. We slapen er slecht van, want de regen houdt pas om 7 uur ’s ochtends op. Tussendoor blijkt elke keer weer dat het toch weer een beetje harder kan regenen op het moment dat je denkt dat het echt niet harder kan. Denk je in het droge seizoen op reis te gaan in Uganda, blijkt het toch gewoon 7-8 uur lang met bakken naar beneden te komen. Ik heb nog nooit zulke slagregens gehoord.
Als we om een uur of 5 niet echt merken dat het droger wordt, beginnen we ons toch wel zorgen te maken over de chimpansee tracking die we in de ochtend moeten maken. Maar het is droog (nou ja, bijna) als we aan het ontbijt zitten en om 8 uur begint gewoon de briefing van onze tocht door onze gids. We zijn met een groep van 5 personen, een Ugandese vrouw, een Duits stel en wij. De gids legt uit wat de bedoeling is en wat wel en vooral ook niet moeten doen als we de chimpansees eenmaal zien. Normaliter bestaat de tocht uit een uur zoeken, dan maximaal een uur bij de chimpansees verblijven en daarna weer terug. Mocht het zoeken tegenvallen, dan kan er tot aan zo’n twee uur achter elkaar gezocht worden en als we dan nog niets hebben gevonden, dan is het jammer maar helaas maar gaan we terug zonder iets gezien te hebben.
Twee jeeps brengen ons naar de ingang van het pad waar we aan de zoektocht beginnen. Bij ons in de jeep zit een Zwitserse man die onderzoek doet naar stress bij chimpansees. Dit wordt onderzocht door de haren van de apen te bekijken en testen of daar informatie over stress in te vinden is. Blijkbaar slaan onze haren niet alleen cocaïne gebruik ook, maar dus ook informatie over stress die we ondergaan. Ik ben blij dat ik niet zo heel veel haar meer heb. J
We wandelen door een prachtig, dicht bos, vol goede moed op zoek naar sporen of geluiden van de chimpansees. Als we zo’n drie kwartier onderweg zijn, ziet de gids een vers aangegeten vrucht op de grond liggen. Terwijl hij die staat te bekijken om te zien wanneer daar aan gegeten is, valt een vergelijkbare vrucht vlak naast hem op de grond. Er is duidelijk een chimpansee ergens boven ons te vinden. Wij worden gesommeerd om op het pad te blijven staan, terwijl de gids de bush in gaat om te speuren naar de chimp die zijn hoofd bijna geraakt had. Hij vindt hem al snel en een voor een komen we naast de gids staan, turen omhoog en zien een harige zwarte bal boven in de boom zitten, zo’n 15 meter boven ons. Dat is dus een mannetjeschimpansee volgens de gids. We geloven hem en zijn blij dat we in ieder geval op het spoor zijn, want chimpansees zijn meestal niet alleen te vinden. Nadat iedereen even heeft staan kijken, gaan we weer verder over het pad. Niet veel verder zien de gids en Corinne een vrouwtjes chimpansee met een noodvaart uit een boom schieten en zich achter wat bomen en struiken verstoppen. Ik loop niet helemaal vooraan, dus ik zie een zwarte schicht uit de boom komen, vervolgens een bruine kont tussen de struiken door schieten en uiteindelijk een wat moeilijk te onderscheiden chimpansee tussen de takken door ons in de gaten houden. Eindelijk kan ik zeggen dat ik een chimpansee gezien hebt, al is het niet meteen een World press Photo waardig. Sterker nog, we hebben nog geen enkel plaatje kunnen schieten. De gids legt uit dat dit een broeds vrouwtje is, dus dat er nog genoeg mannetjes in de buurt moeten zijn. Wij als groep beginnen nu echt enthousiast te worden, want we lijken wel op het spoor van een familie te zijn. Onze gids leidt ons nu echt de bush in, zodat we in de omgeving van de twee chimpansees kunnen zoeken naar de rest. Maar het valt niet mee. We ploeteren en zwoegen door het woud. De regen is weer begonnen, maar onder het bladerdak merken we daar niet heel veel van. Het enige dat we er van merken is dat de chimpansees waarschijnlijk ergens zitten te schuilen en zich niet laten horen of zien.
Uiteindelijk dwalen we zo al met al nog een uur of twee rond, en het enige dat we nog tegenkomen zijn wat black and white colobus apen en een paar red-tailed monkeys die we van boom naar boom zien springen. Maar dus geen enkele chimpansee meer. De enige van de groep die nog een chimpansee ziet is de gids, als hij een gebied zonder ons verkent. Maar ook deze dame schiet snel voor hem weg en er is voor onze gids geen eer te behalen. Uiteindelijk besluiten we om de missie als gefaald te beschouwen (ook al hebben we anderhalve chimpansee gezien) en terug naar de weg te wandelen. De groep loopt wat gelaten en met neerhangende schouders achter elkaar aan. De teleurstelling druipt er echt van af. Onze gids merkt dit ook, want als we eenmaal bij de weg terug zijn, begint hij uitbundig uit te leggen hoe spijtig hij het vindt dat we niet veel hebben gezien en dat hij echt heel erg zijn best heeft gedaan. Eenmaal in de jeep zeggen we tegen hem dat we begrijpen dat hij er helemaal niets aan kan doen en dat de natuur zich nu eenmaal niet laat sturen. Maar we zijn wel ongelooflijk teleurgesteld en het zal nog wel even duren voordat we dat achter ons laten. Ook Gerald leeft met ons mee, maar zegt ook dat dit nu eenmaal kan gebeuren in het wild. Wij zijn er allebei van overtuigd dat het noodweer van afgelopen nacht de chimps heeft weggejaagd en dat ze daardoor ook bijna niet te horen of te zien waren tijdens onze tocht.
Terug bij de lodge vertelt de manager ons dat een brug op weg naar het pontje in Murchisson Falls NP tijdens het noodweer gewoon weggevaagd is. Mensen die nu naar de Nile Safari Lodge moeten, kunnen een omweg van zeker 100 km tegemoed zien. We zijn wel mooi op tijd uit het nationaal park weg, dat dan weer wel. Maar de lodges in dat deel van het park zullen daar nog een flinke tijd last van hebben, want een nieuwe brug ligt er niet zo een, twee, drie.
Je begrijpt dat er bij deze blog geen plaatje te plaatsen is. Bedroefde emoticon





Murchisson Falls


Gerald (onze chauffeur) is van het vroege opstaan. Hij wil de eerste dag om half 7 met de game drive beginnen. Dat betekent voor ons om 6 uur ontbijten en dus om half 6 opstaan. Inderdaad klinkt er om half 6 wat gestommel bij ons chalet (de tank voor de warme douche wordt gevuld) en even daarna is er een klopje op de deur en de mededeling dat de douche klaar is.
Alles zit wat tegen die ochtend, maar precies om 7 uur zijn we bij de kassa van het pontje dat ons naar de noordkant van de Nijl moet brengen. Maar als we bij de kade aankomen, is hij al bijna aan de overkant van de Nijl. We hebben geluk dat het die ochtend druk genoeg is om twee tochten te maken, anders hadden we tot 9 uur moeten wachten op de volgende afvaart. Eenmaal aan de overkant gaat het dak van de jeep omhoog en kan de echte safari rit beginnen.
Na onze safari in Tanzania vorig jaar zijn we heel erg verwend qua hoeveelheid wild dat we gezien hebben. Daar kan Uganda niet aan tippen, maar nog steeds zien we veel, waaronder veel nieuwe vogels. Corinne fotografeert zich dan ook rot tijdens de rit. parende leeuwHet hoogtepunt van de eerste ochtend is toch wel de twee parende leeuwen die we op het pad voor ons zien. Ze doen het op hun dooie gemak en plein public, zodat iedereen fraaie plaatjes kan schieten. Het is me gelukt om een onvervalst stuk leeuwenporno op de video vast te leggen.
In de middag doen we een bootsafari op de Nijl. Het is een geweldige ervaring om zo over de Nijl te varen en naar de dieren aan de wal en in het water te kijken. We komen zowat om in de nijlpaarden op deze tocht. Daarnaast zien we ook flink wat krokodillen, waaronder een paar heel erg grote. Een van die hele groten glijdt zelfs op een paar meter afstand van onze boot het water in. Hij was het blijkbaar zat om door ons begluurd te worden. Dan realiseer je je wel hoe dicht je bij zo’n roofdier bent. We zien ook heel erg veel vogels onderweg (helaas niet de zeer zeldzame shoebill stork) en zowaar ook twee keer een groep olifanten die aan de Nijl wat komen drinken.
Aan het eind van eerste dag spraken we nog wat na over de bootsafari met Gerald en hij had goed onthouden dat Corinne erg veel van vogels houdt en dat we wel heel graag de shoebill stork willen zien. Hij rijdt de tweede dag dan ook een flink deel van de route door een gebied met veel vogels en waar deze zeldzame vogel nog wel eens te spotten is, maar helaas, we zien hem weer niet. We zien wel, op weg naar het moerassige gebied, een drietal leeuwen op het pad. Een moeder met twee jongen die op hun dooie akkertje over het pad lopen. De jongen zijn heel speels en dat is heel erg leuk om te zien.kraanvogels In het moerassig gebied komen we een hele vlucht kraanvogels tegen, de nationale vogel van Uganda. Het zijn er echt tientallen. Een paar mannetjes dagen elkaar een beetje uit en dat levert leuke plaatjes op.
‘s Middags wandelen we naar de top van Murchisson Falls. Vanaf hier hebben we echt een heel fraai uitzicht op de beide watervallen. Als we de andere kant uit kijken zien we de Nijl verder stromen en we herkennen makkelijk het punt waar we gisteren met onze boot aangemeerd zijn voordat we terug voeren. Het is heel indrukwekkend om het water naar beneden te zien storten. Dan krijg je echt een groot respect voor de krachten die de natuur kan opbrengen.

maandag 20 augustus 2012

Ziwa Rhino Sanctuary


De eerste stop tijdens onze vakantie in Uganda en Rwanda is Ziwa Rhino Sanctuary. Tijdens de periode Idi Amin is de neushoorn volledig uitgeroeid in Uganda. De laatste is in 1982 of zo gezien. Nu willen ze de neushoorn weer terugbrengen in het wild en daarvoor is dit wildreservaat opgezet. Hier worden neushoorns in het wild beschermd en is er een heel fokprogramma. Er zijn al 6 neushoorns in dit park geboren. De originele dieren zijn geïmporteerd, twee uit Amerika en 4 uit Kenia. Elke neushoorn wordt 24 uur per dag in de gaten gehouden, voornamelijk als bescherming tegen stropers (er wordt de laatste jaren echt ongelooflijk veel op neushoorns gejaagd en de inschatting is dat ze over niet al te lange tijd volledig uitgestorven zullen zijn.

In het park kun je een wandeling naar een paar neushoorns maken om ze op je gemak in het wild te bekijken. Ik hoopte dat er zwarte neushoorns in dit park zouden zijn, want die heb ik nog niet goed in het wild gezien. Maar er zijn alleen witte neushoorns te vinden. Die zijn wat vriendelijker en gemoedelijker dan de zwarte. Daarom kunnen we ook gewoon lopend naar ze toe. Wij hebben ongelooflijk veel geluk, want onze groep bestaat uit maar liefst 5 neushoorns, waarvan de jongste in januari dit jaar geboren is. Onze gids vertelt veel over de dieren en over het park. Hij is duidelijk trots op het project. We lopen in een redelijke boog om de dieren heen en ik voel me echt geen enkel moment bedreigd. Heel apart om op een paar meter afstand van deze dieren gewoon te staan en plaatjes te maken. In Zuid Afrika vond ik ze nog heel bedreigend, maar hier voel ik dat eigenlijk totaal niet.

maandag 13 augustus 2012

Verschillen

Laatst kwamen Brillenvrouw en Kale terug uit Parijs en ik hoorde ze een beetje mopperen dat er tegenwoordig zo veel winkels en zo van allerlei internationale ketens in die stad te vinden zijn, terwijl het vroeger allemaal wat Franser was.

In eerste instantie snapte ik er niet veel van, maar met een beetje google kom je als kater op het internet al snel wat verder. Het komt door de globalisering, kwam ik achter. Daar moest ik natuurlijk eens diep over gaan nadenken (zo vlak voor het slapen) en gelukkig had Kale zijn fiets even in de tuin laten staan. Hij was ook het brood in de fietstassen vergeten maar dat hebben die gekke zus van mij en ik een beetje zitten aanvreten, zodat hij er al snel achter kwam dat hij het beter kon opruimen. Ik had die fietstas nodig als overpeinsplekje, dus die moest wel even leeg zijn.


Toen ik eenmaal lekker zat, heb ik me eens over die globalisering gebogen. Klinkt allemaal heel erg leuk natuurlijk, de hele wereld als je afzetmarkt. Dat is goed geld verdienen, zeker als je uit een wat kleiner land als Nederland komt. Vandaar ook dat de liberalen er natuurlijk helemaal verzot op zijn (net als ik op rauwe broccoli, geen idee uit welk deze komt trouwens). Maar ik had altijd begrepen dat liberalen een broertje dood hebben aan socialisten, o.a. omdat het allemaal zo eenvormig wordt als de socialisten de macht hebben. Toen raakte ik een klein beetje in de war. Want als je nou bijvoorbeeld een tent als Starbucks neemt. Die komt van origine uit Amerika, maar die zie je tegenwoordig overal. Zelfs in landen waar ze van originele veel lekkerder koffie maken dan ze bij Starbucks ooit voor elkaar krijgen (dit heb ik van Brillenvrouw en Kale, want ik drink geen koffie). Dit is maar één voorbeeld van een dergelijk bedrijf dat over de hele wereld uitbreidt. Dat betekent dus volgens mij dat de wereld juist eenvormiger gaat worden, toch? Als je normaal koffie in Madrid of Rome haalde, was dat bij een lokaal café, die totaal niets met elkaar te maken hadden. Maar nu haal je het gewoon bij Starbucks en dat is overal op de wereld hetzelfde. Dus maken de liberalen de wereld ook gewoon eenvormiger, terwijl ze dat nou juist niet leuk vinden aan de socialisten (jaja, ik weet wel dat ze nog heel veel meer niet leuk vinden aan socialisten).

Zouden liberalen dan latent socialisten zijn? (en andersom dan natuurlijk ook)  :)

Op dat punt in mijn denklijn aangekomen zag ik dat die Kale me ontdekt had op mijn peins plek en hij ging wat foto's maken. Voor de sier ben ik even blijven zitten, maar na een paar minuten was ik het wel zat om fotomodel te zijn. Toen ben ik maar uit de tas gekropen en op een tuinstoel gaan liggen slapen.